Stratum Strategie https://www.stratumstrategie.nl Voor een hoger maar ook duurzaam rendement Sat, 04 Jan 2020 20:02:48 +0000 nl-NL hourly 1 https://wordpress.org/?v=6.8.1 https://www.stratumstrategie.nl/wp-content/uploads/2017/11/cropped-ss-logo-02-32x32.gif Stratum Strategie https://www.stratumstrategie.nl 32 32 Boekordening Bas Haring ‘Plastic Panda’s’ https://www.stratumstrategie.nl/boekordening-bas-haring-plastic-pandas/ Wed, 13 Jun 2012 06:59:03 +0000 http://www.stratumstrategie.nl/cms/?p=901 Boekbespreking van Bas Haring’s Plastic panda’s (2011). Ditmaal in (weer) een ander format gegoten. Aanleiding was een discussie die ik een aantal weken geleden bijwoonde tussen de auteur en een aantal ‘opponenten’. Het was verwarrend de discussie goed te volgen. Wat was nu een nieuw argument en wat was een herhaling van hetzelfde argument in andere woorden?

Ik had behoefte aan een overzicht van de logica van de opbouw van het betoog. Wat voor soort stellingen en argumenten zitten er nu in het verhaal van Bas Haring? Ik nam het idee van een economisch model als ordeningsprincipe (of metafoor). In een economisch model heb je exogenen die vooraf bepaald worden en het model ‘in gaan’. Vervolgens heb je het eigenlijk model (de vergelijkingen die het gedrag beschrijven, vaak zijn deze geschat op basis van empirische data) en tenslotte heb je de uitkomsten die het model genereert.

Op deze manier zou je snel kunnen zien wat er speelt in de discussie. Is het een vooraf bepaalde input waar de sprekers over van mening verschillen (ander geloof, andere feiten waarop ze zich baseren)? Gebruiken ze andere argumenten (het model)? Of maken ze fouten in hun berekening, zijn ze niet consequent in hun redenering (de uitkomsten)?

Voor beter leesbare versie, download pdf:

klik hier voor download

]]>
Boekbespreking Tim Jackson ‘Prosperity without growth’ https://www.stratumstrategie.nl/boekbespreking-tim-jackson-prosperity-without-growth/ Mon, 26 Mar 2012 09:59:37 +0000 http://www.stratumstrategie.nl/cms/?p=698 Boekbespreking van Tim Jackson’s ‘Prosperity without growth’. Ditmaal in een ander nog experimenteel format gegoten.

Voor beter leesbare versie, download pdf:

klik hier voor download

]]>
Tegenkracht organiseren: lessen uit de kredietcrisis (2012) https://www.stratumstrategie.nl/tegenkracht-organiseren-lessen-uit-de-kredietcrisis-2012/ Tue, 31 Jan 2012 15:13:28 +0000 http://www.stratumstrategie.nl/cms/?p=690 Vorige week verscheen de studie ‘Tegenkracht organiseren: lessen uit de kredietcrisis’ (Raad voor Maatschappelijke ontwikkeling 2012).

Kernpatroon: niet uniek voor kredietcrisis

De studie gaat op zoek naar het kernpatroon dat ten grondslag ligt aan het ontstaan van de kredietcrisis. Verder is de stelling dat dit kernpatroon niet uniek is voor de kredietcrisis en de financiële sector. Sterker nog, het is niet alleen voorbehouden aan de commerciële sector, we zien het ook terug in de publieke sector. De studie illustreert dit met voorbeelden uit de zorg en het onderwijs.

Kernpatroon: abstractie

Het kernpatroon dat het RMO heeft ontdekt bestaat uit 3 stappen. Het begint met een probleem of een uitdaging. Iets moet bijvoorbeeld goedkoper of sneller worden. In de zoektocht naar oplossingen wordt de werkelijkheid dan hanteerbaar gemaakt door te denken vanuit een versimpelde weergave van die werkelijkheid. Dat is stap 1, we maken een model of sjabloon van de werkelijkheid. Dit is de stap van de abstractie.

Om een probleem op te lossen ga je terug naar de kern, je laat zaken sommige zaken weg en vergroot andere zaken juist uit. Op deze manier ontstaan doelstellingen als – maximaal rendement voor de aandeelhouder, – minimale kosten per patiënt, – een zo hoog mogelijke gemiddelde cito-score voor de school etc.

Op zich is hier niets mis mee. Het maakt de complexe werkelijkheid hanteerbaar. Het gaat fout als vergeten wordt dat het maar om een model gaat, om een benadering van de werkelijkheid. Als er vergeten wordt wat ook alweer het echte probleem was waar het model de oplossing voor zou bieden.

Kernpatroon: domineren

Stap 2 in het patroon is dat in de nieuwe wereld van het abstractie model één belang gaat domineren. Zoetjesaan komt de oorspronkelijke doelstelling steeds meer op de achtergrond. Het middel wordt zoetjes aan een doel. De paradox is dat de werkelijkheid zich naar het model gaat zetten. Blijkbaar is de cito-score belangrijk, want daar word ik op afgerekend als docent, dan zal ik ook zorgen dat mijn leerlingen een hoge cito-score krijgen. Deelnemers aan dit spel gaan strategisch gedrag vertonen, gaan hun gedrag aanpassen aan het abstracte model. Mensen die het spel goed spelen worden beloond, mensen die zich verzetten worden afgestraft.

Kernpatroon: escaleren

Stap 3 in het patroon is dat er versterkende effecten optreden: zij die het spel het best spelen worden op dominantere posities gezet, zij die het spel niet goed spelen haken af en vertrekken. Er ontstaat een versterkende ‘bias’, er is sprake van zelfselectie. Uiteindelijk ontstaat een spel en een setting van deelnemers die uitblinken in het sturen van de werkelijkheid naar het vereenvoudigde model dat afziet van de oorspronkelijke gelaagdheid. De studie spreekt hier van een negatieve ‘reflexitiviteit’: systemen en mensen gaan op elkaar reageren (groupthink), het systeem gaat met zichzelf op de loop, er ontstaan perverse en averechtse effecten. Dit gaat door tot het systeem uit zijn voegen barst, ontploft, er zich een ramp voordoet etc. Dit is stap 3 van het uit de bocht vliegen, de stap van de escalatie.

Abstraheren-domineren-escaleren

Het patroon is dus – abstaheren, – domineren, – escaleren. Gevolg van het patroon is dat de systeemwereld het geleidelijk overneemt van de leefwereld.

Sterk van de studie is dat er geen schuldigen worden aangewezen. De studie neemt afstand en gaat op zoek naar het patroon. Oplossingen voor het aanvankelijk geformuleerde probleem worden vanuit goede intenties bedacht. Als er veel geld naar het onderwijs gaat en we verwachten er meer van, dan is het niet raar om de prestaties te gaan meten en volgen. Over zo’n cito-score is goed nagedacht. Zo’n score heeft zijn nut maar natuurlijk ook zijn beperkingen. Als het hele systeem zich gaat richten naar maximale cito-scores dan ontstaan negatieve en ongewenste bijeffecten. Het is ook menselijk dat we ons gedrag aanpassen aan de nieuwe werkelijkheid. We willen immers overleven in het systeem. En zo gaat survival of the fittest over in surviving of the fitting (niet de meest geschikte overleeft maar diegene die het best past). Dat de studie niet oordeelt door schuldigen aan te wijzen betekent overigens niet dat er geen schuldigen zijn. Diploma-fraude is begrijpelijk als systeem-effect maar kent natuurlijk wel een schuldige.

Oplossingen

Ook geloofwaardig van de studie is dat er geen simpele oplossingen worden geboden (ook wel weer jammer natuurlijk). Want wat kunnen we doen om verdere schade of herhaling te voorkomen? De studie stelt dat deze systeemeffecten er nu eenmaal bij horen, ze kunnen niet helemaal worden voorkomen.

De oplossing om grotere schade te voorkomen:

  • Erkennen dat de werkelijkheid complex is. Erkennen dat er altijd meerdere belangen rond een probleem spelen. Breng de belangen in kaart en spreek er openlijk over hoe alle belangen zo goed mogelijk kunnen worden bediend.
  • Erkennen dat elke oplossing weer nieuwe problemen met zich meebrengt. Erkennen dat elke afspraak, elk systeem, elke spelregel tot een nieuwe dynamiek en werkelijkheid leidt die weer nieuwe (en ongewenste) bijeffecten genereert. De oplossing is, zoals deze studie doet, van afstand kijken naar het systeem en je afvragen: wat gebeurt hier nu eigenlijk, is dit wat we willen? Het visualiseren van de patronen geeft vaak weer nieuwe inzichten (en is in feite een vorm van interventie en het begin van verandering).
  • Tenslotte, en daar hebben we de titel van de studie, organiseer tegenkrachten. Haal andersdenkenden binnen je organisatie, luister naar kritische geluiden, geef gelegenheid tot het uiten van klachten, richt een procedure in dat de klachten op een goede plek terecht komen en serieus worden behandeld, organiseer toezicht, koester ondernemingsraden, cliëntenraden, burger-raden en zo verder.

Rudy van Stratum

 

]]>
Leegstand kantorenmarkt: overzicht van kasstromen in de tijd https://www.stratumstrategie.nl/leegstand-kantorenmarkt-overzicht-van-kasstromen-in-de-tijd/ Sun, 29 Jan 2012 10:13:48 +0000 http://www.stratumstrategie.nl/cms/?p=679 Meteen na het zien van de VPRO-documentaire (de 1e in de reeks, over het grote kantorenpand van KPMG in Amstelveen) over de leegstand op de kantorenmarkt pakte ik een vel papier om beter te kunnen snappen wie nu wat verdiende aan wie. Want hoewel de documentaire mij intrigeerde, een echte uitleg van de constructie zelf ontbrak naar mijn smaak.

Mijn conclusie was dat naïeve (en/of gretige) pensioenfondsen hier de tegenpool vormden voor projectontwikkelaar en huurder (KPMG). Uiteindelijk is het dus de pensioengerechtigde die zijn pensioen-uitkering ziet dalen. Een variant op de kredietcrisis waar de prijs van het nemen van te grote risico’s uiteindelijk door de belastingbetaler wordt betaald.

Het is verleidelijk hier te gaan interpreteren maar waar het allereerst om gaat is te snappen wat er nu precies speelt. Persoonlijk vind ik dat ook sterk aan het recente rapport van de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling (RMO) met als titel ‘Tegenkracht organiseren’. Het rapport gaat in op de achterliggende dynamiek die de kredietcrisis mogelijk maakte maar geeft ook vergelijkbare verklaringen voor fraude in het onderwijs en rationalisering in de zorg. Zie voor hele rapport: rapport rmo . Ik wil in een aparte bijdrage wat langer bij dit rapport stilstaan.

Maar ik dwaal af. Ik heb mijn schetsen naar collega Stijn van Liefland gestuurd en na wat op en neer mailen is een visueel overzicht ontstaan van wat volgens ons de financiële constructie van de VPRO-uitzending behelst. De plaat is te vinden op:

constructie

]]>
Anders betalen begint met anders denken 17 januari 2012 https://www.stratumstrategie.nl/anders-betalen-begint-met-anders-denken-17-januari-2012/ Wed, 18 Jan 2012 16:33:56 +0000 http://www.stratumstrategie.nl/cms/?p=676 Gisteren was ik aanwezig op een seminar met de titel ‘Anders betalen begint met anders denken’. Locatie Utrecht, Hoog Catharijne. Organisatoren LvdO (Leren voor duurzame Ontwikkeling, onderdeel van Agentschap NL voorheen Senter Novem) en Qoin. Via een aantal projecten die we doen rondom duurzame (gebieds-) ontwikkeling en via onze website slimme financiering zijn we bij dit onderwerp betrokken geraakt. Ik was vooral benieuwd of er belangstelling voor dit onderwerp was, wat voor mensen er op af komen en wat er inhoudelijk wordt besproken.

Setting

Het geheel speelt zich af in een lounge-achtig vergadercentrum, her en der koffie-machines, een hoop mensen verscholen achter hun laptops met wifi verbindingen, her en der een overlegje in een klein groepje en ook hier met die laptop erbij, grofhouten bankjes, grote lange tafels, je kent het wel. Mooie grote zaal (overal een flesje water op de vele rijen stoelen) en na een half uur binnendruppelen door vertraagde treinen uiteindelijk tjokvol, ik schat zo’n 100 mensen, dus belangstelling enorm (inschrijving is vervroegd gestopt wegens overtekening). Deelnemers van diverse pluimage, ik zie grote bedrijven, gemeentes, belangenclubs, zelfstandig adviseurs.Veel informele kleding met her en der een verdwaald pak.

Programma

Als algemene inleiding 2 plenaire presentaties, daarna uiteen in 3 subgroepen naar andere zaaltjes (met 30 personen per groep dus geen kleine zaaltjes). Op het eind plenair bespreken van de uitkomsten van de 3 sessies. Onderwerpen van de 3 sessies:

  • C3 handelsnetwerk voor het MKB (door samenwerking en het gebruik van regio-Euro’s liquiditeitsproblemen oplossen).
  • Caire, tijdsgeld in de zorg door inzet vrijwilligers.
  • Lokaal geproduceerde energie als drager voor community currencies.

Plenaire lezing: transities en Community Currencies

Een verhaal van Harry te Riele van Storrmcs. Op zoek naar patronen voor transities. Aanleiding is dat er zich een aantal catastrofes na elkaar voordoen. Daarna roept men: dit nooit meer en steekt de koppen bij elkaar. Er komt focus op het realiseren van deze ambitie. Vervolgens slaagt men in de doelstelling. Zozeer zelfs dat er een versterkende loop ontstaat, er ontstaat een J-curve, een exponentiële ontwikkeling Ondertussen ontstaan er ook (steeds meer) negatieve bij-effecten. Totdat die bij-effecten zodanig worden dat er een tegenbeweging ontstaat. Er ontstaat een onderstroom van protest en verzet. Bij voldoende kritische massa van de onderstroom volgen corrigerende maatregelen, nieuwe wet- en regelgeving, behoefte aan een nieuw verhaal etc.

Voorbeeld 1, landbouw. Hongersnoden zijn hier de drijvende krachten. Halverwege de vorige eeuw wordt geroepen ‘dit nooit meer, nooit meer honger’ en zet men in op de doelstelling maximaliseer de opbrengsten van de grond. Er komen allerlei Europese programma’s. De opbrengsten per hectare laten na de jaren 50 een exponentieel verloop zien. Vanaf de jaren 70 en 80 worden de negatieve bij-effecten duidelijk. Vervuiling van de grond, ontbossing etc. Er ontstaat een tegenbeweging en sinds een jaar of 20 is de agrarische sector aan het herbezinnen op de oorspronkelijke doelstelling en/of is er behoefte aan een nieuw verhaal.

Voorbeeld 2, de financiële sector. Twee wereldoorlogen en tientallen miljoenen doden. Na WO II zegt men: dit nooit meer, nooit meer oorlogen. De ambitie wordt om economische groei te krijgen, welvaart door samenwerking en door openstellen van de grenzen, geen belemmeringen en realisatie van vrijhandel. De dollar vervult een sleutelpositie in dit nieuwe groeisysteem. Er ontstaat weer een J-curve, we zien welvaart en groei die we nooit eerder hebben gezien.  Met de val van de muur in 1989 vallen een aantal politieke tegenkrachten weg. De ideologie van de vrije markt tekent zich af. Met de komst van ICT als ondersteunende kracht gaan alle remmen los. Tot de nadelen beginnen op te spelen. Uitputting van grondstoffen, vervuiling, scheve inkomensverdeling, financiële instabiliteit. Er ontstaat een tegenbeweging, zie o.a. No Logo van Naomi Klein. Tot de crash van 2008 en de crisis waar we nu al een aantal jaren inzitten. Nieuwe tegenbewegingen, behoefte aan een nieuw verhaal. Andere betaalsystemen is ook zo’n onderstroom.

Mooi verhaal. Herkenbaar patroon. Ik had er een paar vragen bij en omdat de groep te groot was en de tijd te kort dus maar hier.

  • Is er in de landbouw sprake geweest van een transitie? Van een nieuw verhaal? Hoe luidt dat verhaal?
  • Wat kan de tweede transitie (financieel groeimodel) leren van de eerdere transitie (landbouw)?
  • Zijn interventies mogelijk en zinvol?
  • Of moeten we zeggen: zo gaan die dingen, so what, elke keer komt er een tegenbeweging en aanpassing van de oorspronkelijke ambities, het lost zichzelf wel op?

De tweede lezing wordt verzorgd door Qoin (in de persoon van Rob van Hilten) en gaat over de achtergrond en geschiedenis van community currencies. Ik onthoud een paar dingen van deze lezing:

  • Alternatieve geldsystemen hebben in de geschiedenis meermalen en op vele plekken hun nut bewezen. Het kan dus en het werkt.
  • Centraal in de gedachte staat dat het om een 2e geldsysteem gaat bovenop of naast een bestaand officieel geldsysteem. Het vervangt dus uitdrukkelijk niet het bestaande geldsysteem.
  • Voor een gemeenschap is veerkracht belangrijk. En veerkracht staat tegenover toenemende specialisatie en onderlinge afhankelijkheid. Ik zie een economische curve voor me waarbij veerkracht op de ene as staat en rijkdom/specialisatie op de andere. Je kunt erg rijk worden door extreem te specialiseren, maar hierdoor krijg je schaalvergroting , monoculturen en een bijzonder hoog risicoprofiel. Als het fout gaat, dan gaat het ook goed fout. Het andere uiterste op de curve is een eenling die alles zelf doet en van niemand afhankelijk is, maar daardoor ook beperkt welvarend zal worden met een laag risicoprofiel. Een tweede geldsysteem zoekt op de curve een tussenpositie of optimum op: voldoende specialisatie binnen een lokale gemeenschap, maar met verbinding met de grotere wereld. Iets lagere welvaart in groeitermen maar ook een lager risicoprofiel en minder kwetsbaarheid.
  • Voor succes is het noodzakelijk dat een grote partij toe treedt. Alleen met kleine partijen blijkt het alternatieve betaalsysteem na een aantal jaren steeds weer af te sterven.

Ook hier zijn weer vele vragen te stellen (en ik ben ervan overtuigd dat het vele materiaal dat op internet te vinden is hier ook antwoorden kan geven):

  • Moet er per se een ander systeem naast bestaan? Hoe gaat het als er uitsluitend zo’n ander systeem bestaat?
  • Wat precies zijn de condities of randvoorwaarden waarbinnen dit concept zijn goede werk doet? In de voorbeelden leek het erop dat er sprake moet zijn van een onderbestedingsevenwicht en van lokale potentie (werkloosheid die door uitgifte van eigen bonnen deels kon worden opgelost met medewerking van lokale middenstand).
  • Is het een tijdelijke oplossing of kan het ook structureel een rol vervullen en welke dan?
  • Als de systemen dan wereldwijd hun praktische nut hebben bewezen waarom is het dan zo moeilijk er hier een van de grond te krijgen?
  • Wat zijn met de komst van de moderne ict- en internet-techniek nieuwe mogelijkheden die daarvoor niet mogelijk waren? Hoe wordt/kan het anders en beter hierdoor?

Jammer ook dat niet even stil werd gestaan bij het verdienmodel van Qoin zelf. Qoin is een van de mede-organisatoren van deze middag en bestaat al langere tijd. Wat is hun belang, waar verdienen zij hun geld of punten mee? Rob gaf overigens zelf een voorbeeld van hoe het zou kunnen: ik geef een lezing voor 1200 punten, ik vraag iemand in de zaal om voor 1600 punten bij mij een advies te komen verrichten, saldo Qoin -400, saldo van de zaal +400. Paradox van deze middag was dat van geen enkele partij het verdienmodel expliciet werd gemaakt. LvdO iets met subsidies neem ik aan, Qoin geen flauw idee, Caire ook niet duidelijk maar zie hieronder.

Sessie: Caire.nu

Ik had graag bij alle sessies aanwezig willen zijn maar dat is technisch nu eenmaal niet mogelijk. Hier een korte persoonlijke impressie van de Caire presentatie.

Waar gaat het om? De vraag naar zorgdiensten zal de komende decennia alleen maar toenemen (o.a. door de vergrijzing), dat betekent een enorme stijging van de inzet van personeel en menskracht. Daar is het geld en de mensen niet voor beschikbaar. Aan de andere kant heeft de kring mensen om de vragers heen (de lokale gemeenschap) potentie hier een bijdrage te leveren. Het concept is eigenlijk heel simpel. Caire wil een marktplaats zijn voor vraag en aanbod van lokale zorg gericht op het vrijwilligers circuit. Ik zoek iemand die mij naar het ziekenhuis kan brengen. Ik zet een oproep op het Caire netwerk. Iemand uit mijn buurt wil graag voor mij rijden en wij sluiten een deal. De chauffeur bouwt daarmee punten en waardering op (gesproken werd van caire-miles en caires-smiles). Die punten kun je voor je eigen (latere) behoefte inzetten dan wel (in de toekomst) inruilen voor echte goederen of diensten in de lokale economie (als voorbeeld werd bioscoopbezoek genoemd). Ook mooi is dat het systeem uit gaat van de kracht van de burger. Ook iemand met een ziekte kan nog heel veel dingen en die kun je dus ook aanbieden in het systeem.

Er is een digitale marktplaats waar vraag en aanbod elkaar ontmoeten ontwikkeld en het zou hier gaan om open source software die algemeen gebruikt kan worden zonder betaling. Specifiek voor eigen toepassing kan het systeem gekocht of gehuurd worden tegen normale betaling. Ook kunnen diensten worden ingehuurd van Caire om de opstart van zo’n locale applicatie te begeleiden. Bij dit initiatief is een aantal grote spelers betrokken (een verzekeraar en een bank en aantal gemeentes). Per 1 februari 2012 gaat het van start. Of het gaat werken is gewoonweg niet bekend, geven de initiatiefnemers ruiterlijk toe. In het buitenland (Japan werd een aantal keren aangehaald) is dit systeem echter bewezen succesvol.

Ook hier weer een paar vragen en bedenkingen:

  • Zoals gezegd: wat is het verdienmodel van Caire?
  • Een mooi initiatief en ik hoop dat het gaat werken. Maar ergens zit een stemmetje in mij dat zegt: is dit niet een legitimatie van grote partijen om hun bestaande ding te kunnen blijven doen ook al is dat inefficiënt (en/of behoefte aan een nieuw verhaal, zie hierboven Harry te Riele). Het is gewoon een slimme bezuinigingsoperatie door de inzet van vrijwilligers. Eventueel bestaande (niet marktconforme) salarissen en bonussen binnen de verzekeraar en bank worden zo gelegitimeerd.
  • Waarom laten die grote partijen niet het goede voorbeeld zien door de punten geldig te maken voor korting op de hypotheek, betaling van de ziektekosten premie, vermindering van de belasting? Naar mijn smaak werd iets te heftig benadrukt dat dit echt een systeem erbij is want ‘wij blijven tenslotte een financiële instelling’ en ‘mijn hypotheek moet ook worden betaald’.
  • Er is goed nagedacht over de juridische structuur van Caire. Het gaat om een coöperatie met leden. Iedereen kan lid worden (svp de condities melden van toetreding) en er is een bestuur, ledenraad etc. Maar hoe voorkom ik nu dat er uiteindelijk een nieuwe organisatie ontstaat waar weer gewoon wat mensen op de loonlijst staan die papier verschuiven?
  • In wezen gaat het technisch om een eenvoudige opzet. Sterker nog, daar zijn al gratis systemen voor te vinden op internet. De truc is dat grote partijen zich moeten scharen achter het concept en dat er een kritische massa van gebruikers komt. Maar dat hoeft op zichzelf niets te kosten. Ik vermoed dat er nu al veel geld is gaan zitten in adviesbureaus die een huisstijl ontwikkelen, logootje hier en daar, reclame zus en zo, acquisitie en lobby-werk her en der.
  • Nog vele praktische vragen: wat doe je als het steeds dezelfde mensen zijn die een beroep doen en steeds dezelfde die een vraag uitzetten? Het gaat hier bewust om een uur-voor-uur systeem, wat doe je als bepaalde diensten schaars zijn en een uur geen uur meer is? En zo kan ik er nog wel tien of twintig bedenken.
  • Maar los van dit soort zwartkijkerij (maar mensen, transparantie mag, laat gewoon zien die cijfers!) is het mooi dat er zoiets aan staat te komen. Voor mij weer een bevestiging dat het kan en niet zo ingewikkeld hoeft te zijn.

Afsluiting

Een zinvolle middag. Prima georganiseerd, zowel qua vorm als qua inhoud. Ik denk dat ‘we’ dit vaker moeten doen. De groep hoeft voor mij niet zo groot te zijn. Maar is voor mij wel een teken dat het leeft, dat er iets aan staat te komen.

Rudy van Stratum

 

]]>
Waar goede ideeën vandaan komen – Steven Johnson https://www.stratumstrategie.nl/waar-goede-ideeen-vandaan-komen-steven-johnson/ Fri, 13 Jan 2012 10:30:17 +0000 http://www.stratumstrategie.nl/cms/?p=644 Een boek uit 2010 alweer. Het gaat niet zozeer (als de titel wellicht doet vermoeden) over hoe je een creatieve sessie organiseert, maar over de geschiedenis van uitvindingen en innovaties en hoe die tot stand zijn gekomen. Johnson kijk naar de grote uitvindingen en spoort de patronen van het ontstaan ervan op. Hij doet dat om een journalistieke en prettig leesbare manier. Het doet mij erg denken aan de boeken van Malcolm Gladwell, zowel de keuze van onderwerpen, als de manier van kijken als de schrijfstijl (waarbij Gladwell nog soepeler en met meer humor schrijft)

7 Patronen

Johnson komt in zijn boek met 7 patronen die kenmerkend zijn voor het ontstaan van uitvindingen, innovaties of goede ideeën.

  1. Het volgende deurtje openmaken.
  2. Vloeibare netwerken.
  3. Kauwen op ideeën.
  4. Gelukkige samenloop van omstandigheden.
  5. Fouten.
  6. Nieuwe omgeving.
  7. Platforms.

Het volgende deurtje

Wat Johnson hier beweert is dat uitvindingen niet uit het niets komen. Je bouwt voort op wat anderen al voor jou hebben verzonnen en op wat er dus al beschikbaar is. Wij staan in die zin op de schouders van reuzen. Hij komt met een metafoor van een huis met allemaal kamertjes. Je bent in een kamertje en alle muren hebben een deurtje. Je weet niet hoe groot het huis is en wat er allemaal te doen is. Je opent gewoon een deurtje en kijkt wat daar achter zit. Het openen van een nieuw deurtje geeft steeds weer vier nieuwe mogelijkheden. Je komt steeds meer te weten over het huis.

Soms komt het voor dat je een briljant idee hebt maar dat er nog niet genoeg deurtjes open zijn om er ook daadwerkelijk iets mee te kunnen doen. Zo had Charles Babbage in 1837 al een hele uitwerking gemaakt van hoe een computer zou moeten werken. Er zijn mechanische constructies gemaakt op basis van de tekeningen van Babbage die aantoonden dat zijn idee werkte en inderdaad de voorloper van de huidige computers is. Pas met de uitvinding van de transistor in 1947 (die weer is ontstaan als fout of toeval bij een ander experiment) was het idee van Babbage ook praktisch en bruikbaar geworden. De transistor kon een PC worden dankzij het deurtje dat Babbage eerder had opengezet.

De tip voor ons is: kijk goed welke deurtjes al open zijn, maak slim gebruik van wat er al is.

Uitvindingen lijken in die zin ook een zeker determinisme te kennen. Meerdere uitvindingen zijn ongeveer tegelijkertijd op andere plekken op de wereld ontstaan. Als het tot de mogelijkheden behoort gaat de uitvinding er vroeg of laat toch komen.

Vloeibare netwerken

Dit patroon gaat over de werking van onze hersens. Onze gedachten zijn een aaneenschakeling van het afschieten van neuronen in een bepaalde volgorde. Onze hersens lopen zo vaak dezelfde uitgesleten paden van volgorde, hoe vaker we iets doen of denken hoe makkelijker het wordt. Het zijn voorkeurspatronen. Maar er zijn ook voortdurend zijpaden die bewandeld worden. Sommige van die zijpaden zijn vruchtbaar en andere niet. Soms verlopen de paden heel vloeiend en gaan van het ene over op het andere. Je komt dan in een situatie van flow.

De vraag is dus hoe je productief andere zijpaden kunt afdwingen die je op meer goede ideeën brengen. Johnson stelt dat je dit kunt sturen. Je hersens moeten van de juiste input worden voorzien. Die input gaat via je toegangskanalen als daar zijn ogen, oren, reuk etc. De fysieke omgeving speelt hier een belangrijke rol. Het kantoor waar je in werkt kan creativiteit stimuleren of juist tegenwerken. Het beschikbaar zijn van hulpmiddelen, het gebruik van bepaalde kleuren en materialen, het kan allemaal bijdragen aan meer kans op goede ideeën. Kantoortuinen met standaard opstellingen lijken in die zin ontworpen om de kans op goede ideeën te minimaliseren (aldus Johnson, don’t shoot the messenger). Verkeren in een gezelschap van mensen met goede ideeën is al helemaal een goed idee. Zo zetten ze voor elkaar steeds een nieuw deurtje open, van het ene komt het ander, de kern van brainstormen. Een stad is daarom een veel betere broedplaats van goede ideeën dan het eenzamere platteland.

Tip is hier duidelijk. Zoek goede plekken en mensen op die uitnodigen tot creativiteit.

Het kauwen op ideeën

Dit patroon noemt Johson ’the slow hunch’. Het is een mythe dat je uitvindingen vaak zijn ontstaan door met een geniaal plan wakker te worden. Vaak heb je wel een goed idee, ergens voel je dat het wat kan worden, maar je weet het niet of het is ver weg en onbewust, het sluimert op de achtergrond. Iets klopt er niet en je blijft er mee rond lopen. Het is een slow hunch die door steeds maar weer terug komt in je bewustzijn en steeds maar weer opnieuw in de lucht wordt geworpen. Soms is dat een proces van jaren. Tot het kwartje uiteindelijk valt en er sprake is van een nieuwe uitvinding.

Zo schijnt Darwin al heel vroeg het idee van evolutie gehad te hebben. Achteraf blijkt hij het al bijna letterlijk zo in zijn aantekeningen te hebben gezet. Maar het kwartje viel niet, hij herkende het inzicht nog niet als zodanig. De Amerikaanse inlichtingendienst had het netwerk rondom Bin Laden in de voorbereiding op 9-11 als meerdere malen in beeld. Maar het kwartje viel toen nog niet. Pas later, toen de ramp zich had voltrokken, bleken er al verzoeken te zijn ingediend om tot actie over te gaan. Maar de systemen hadden zoveel beschermlagen eromheen (filters) dat de verzoeken niet op de juiste bureaus terecht kwamen.

De tip? Als je een idee hebt, ook al is het vaag, schrijf het gewoon op. Het maken van aantekeningen, het steeds maar herlezen van je aantekeninen (met de kennis van dat moment), levert uiteindelijk op dat het bovenop komt te liggen en het kwartje een keer valt (of niet natuurlijk). Een tip is ook om het niet te snel op te geven, uitvindingen kennen vaak een lange adem.

Gelukkige samenloop van omstandigheden

In hype-jargon wordt dit patroon ook wel serendipiteit genoemd. Soms valt alles op zijn plaats, je hebt het goede idee, op het goede moment, bij de goede mensen, in de goede omgeving. En dat gebeurt het. Maar Johnson stelt dat je dit kunt sturen. Het gaat erom dat de juiste structuren in jouw hersens contact maken met de juiste aanpalende structuren in jouw hersens of in die van anderen. Het moet allemaal maar net passen. De kans dat het allemaal past wordt groter als je de structuren vaak opnieuw opschudt zodat ze weer net op een andere manier neerdwarrelen.

Tip. Vaak opschudden die handel. Dat doe je door iets heel anders te gaan doen. Door te gaan wandelen, een berg te beklimmen of de boekhouding te gaan doen. Met anderen erover praten, een presentatie geven, een discussie opstarten, allemaal manieren om de kans om ’toevallige’ samenloop van omstandigheden te vergroten.

Fouten

Het klinkt natuurlijk allemaal heel leuk als je die uitvindingen achteraf leest. Er wordt in de geschiedenisboeken meestal een mooi verhaal van gemaakt. Vaak zijn er jarenlange vele mensen mee bezig geweest, maar achteraf is er maar 1 held en is het allemaal zo bedacht. De held is daarbij vaak ook nog een nakomer in het spel die vooral commercieel wat handiger was dan de rest.

Zo schijnt de uitvinding van de electronenbuis een gevolg te zijn van een verkeerde theorie. Lee de Forest (de uitvinder) was op zoek naar iets heel anders en had daarbij ook nog eens een verkeerde theorie. Toen dan door toeval het fenomeen ‘versterking’ zichtbaar werd had hij er ook nog eens hele andere toepassingen voor. Pas later is duidelijk geworden wat er hier aan de hand was en is de buis bruikbaar geworden als versterkend element voor elektronische signalen.

Tip: fouten maken mag, maakt niet uit hoe je bij de uitvinding komt als ie maar werkt.

Nieuwe omgeving

Ook hier weer een fantastisch hype-woord: exaptation. Waar het om gaat is dat sommige ideeën in de ene context niets bijzonders zijn maar dat in een andere context wel kunnen worden. Zo weet ik uit eigen ervaring dat standaard inzichten uit de ene tak van sport, revolutionair kunnen zijn als ze worden toegepast in een andere tak van sport. Zo heb ik gesjeesde natuurkundigen zeer succesvol zien worden als top economen door hun oude inzichten maar eens op de economie toe te passen. Beter 5 jaar wiskunde en natuurkunde en in de avonduren wat economie bijspijkeren dan andersom blijkbaar (althans, ik ken geen topnatuurkundigen die van oorsprong economisch zijn opgeleid). Tja, je kunt het exaptation noemen, je kunt ook zeggen: in het land der blinden is eenoog koning.

Maar, zonder gekheid, de tip is natuurlijk om hetzelfde idee eens van uit een heel andere hoek of context te bekijken. In de NLP-wereld is daar zelfs een aparte strategie voor ontwikkeld: de zogenaamde Bateson-strategie die oplossingen uit het ene domein probeert te vertalen naar oplossingen in een ander domein.

Platforms

De laatste. Hier noemt Johnson de uitvinding van GPS als voorbeeld. De russen hadden op een gegeven moment de satelleliet Sputnik om de aarde zweven. De Amerikanen waren daar niet gerust op en zetten een team op om dat ding in de gaten te houden. Ze konden op een gegeven moment berekenen wat de positie van de satelliet was op basis van een vaste plek op aarde (en wat natuurwetten). Tot iemand met de vraag kwam of je het dan ook kon omdraaien: als ik weet waar de satelliet is, kun je dan ook berekenen waar ik ben op aarde? En dat bleek te kunnen en zo is het huidige GPS systeem ontstaan.

Wat is hier de boodschap? Als je maar genoeg geld, tijd, mankracht, energie en focus op een vraagstuk legt, dan forceer je innovatie en uitvindingen. De tip is, als je als land iets wilt en snel dan moet je er een bak geld tegen aan gooien. Google heeft om die reden ook een verplichte dag in de week dat medewerkers aan eigen onderzoek moeten besteden. Tijd en geld dat zich uiteindelijk terug verdient (naar het schijnt). Ik kan overigens ook allerlei nadelen van een dergelijke strategie bedenken maar dat is hier niet het onderwerp.

Epiloog

Leuk boek. Leuke voorbeelden. Zet je op punten wel aan het denken. Maar ook wel wat gezocht en bedacht. We beginnen met de titel en dan maken we er gewoon 7 wetten van. Kwestie van zoeken en die vind je altijd wel. Op het eind van het boek, misschien wel het interessantste gedeelte, probeert de auteur naar trends te kijken. Hij plot daartoe tientallen uitvindingen in de historie in een kwadrant. Dat kwadrent kent de assen – individueel versus collectief, en – markt-gedreven versus niet markt-gedreven. Duidelijk wordt dan dat grote uitvindingen niet meer komen van geniale eenlingen die jarenlang op hun zoldertje zitten. Die tijd is geweest. Grote doorbraken komen van grote organisaties of collectieven. Verder blijkt, en dat had ik niet verwacht, dat grote uitvindingen in toenemende mate een basis hebben in de publieke sector, ze zijn ontstaan vanuit algemene middelen en hadden geen winstoogmerk. Bedenk dus dat vele commerciële doorbraken en successen niet mogelijk waren geweest als er niet eerst een publiek betaald platform was geweest die de basis heeft gelegd (Tom Tom was niet mogelijk geweest zonder de grootscheepse militair-gedreven onderzoeken in de jaren 60). De auteur blijft op het einde van het boek worstelen met de paradox hoe het dan toch kan dat individuen zonder winstoogmerk het beste van hun kunnen willen geven (voor iets waar anderen later mee weglopen). Blijkbaar zijn er nog andere dingen in het leven dan snel rijk worden en veel roem vergaren. Een mooi voorbeeld van hoe een Amerikaan die zelf onderzoek doet naar goede ideeën ook met een nieuw inzicht komt …

 

 

 

]]>
Greco: the end of money (3) https://www.stratumstrategie.nl/greco-the-end-of-money-3/ Mon, 07 Nov 2011 09:49:48 +0000 http://www.slimmefinanciering.nl/?p=416 The end of moneyMeerdere personen simpel

We maken van onze Robinson economie een echtere economie door aan te nemen dat we een land hebben met meerdere Robinsons die met elkaar spullen kunnen uitruilen. Niet elke Robinson hoeft hetzelfde te doen. De ene kan nu meer werken en later vrije tijd hebben en andersom. De ene kan nu meer consumeren en later minder en andersom. We laten de noten even varen en noemen het gewoon goederen. Nog steeds is er geen sprake van geld.

Uitgangspunt is weer dat elke inwoner een pakket ‘resources’ tot zijn beschikking heeft. Die resources bestaan uit zijn potentie om arbeid te verrichten (uitvindingen te doen etc). Elke inwoner van dit land staat nu voor de uitdaging om zijn resources in de tijd zo goed mogelijk in te zetten en te verdelen. De enige randvoorwaarde daarbij is dat je over de duur van je leven niet meer kunt opmaken dan je totaal aan resources en vergoedingen hebt of krijgt. In economen jargon heet dit de ‘lifetime budget constraint’. De totale consumptie over een heel leven mag niet groter zijn dan de totale inkomsten of verdiensten in een heel leven. Bij Robinson was er ook zo’n conditie maar die ging daar vanzelfsprekend op omdat hij alleen was en er geen enkele mogelijkheid was om meer te consumeren dan door harder te werken. Met meerdere personen ontstaat nu de mogelijkheid elkaar dingen uit te lenen om die later weer terug te geven. Nu kun je hetzelfde blijven consumeren en toch minder werken door het missende deel bij te lenen van iemand anders.

Laten we weer simpel beginnen en veronderstellen dat de goederen bederfelijk zijn (je kunt ze niet bewaren). Stel ik kan nu om een of andere reden niet werken maar wil toch consumeren. Omdat in deze economie niet iedereen in dezelfde levensfase zit, kan ik op zoek gaan naar iemand die nu meer goederen ontvangt of maakt dan dat hij nu opmaakt. Ik ga naar die persoon toe en vraag hem of ik zijn surplus aan goederen nu mag consumeren. Technisch is dat natuurlijk geen enkel probleem. De enige conditie voor deze economie is dat de totale consumptie gelijk moet zijn aan de totale productie (kan ook kleiner zijn, maar dan moet een deel van de productie worden weggegooid, en dat is niet logisch). De vraag is waarom iemand anders die een overschot heeft dat aan mij zou geven. Welnu, het idee is dat hij die goederen later weer terug krijgt. Ik sluit dus als het ware een lening af en beloof dezelfde goederen maar dan op een later tijdstip terug te geven. De belofte kan op een stukje papier worden geschreven en dat stukje papier is dan een schuldbekentenis die een zekere waarde vertegenwoordigt in het economische verkeer (het stukje papier geeft namelijk recht op de levering van x goederen op moment y).

Kan het terug geven van de goederen zonder rente gebeuren? In principe is een vergoeding van rente niet nodig als diegene die het overschot heeft geen andere mogelijkheid heeft (zelf niet consumeren leidt namelijk tot bederf van zijn goederen). In deze beperkte economie kunnen dus schuldpapieren circuleren zonder rente of vergoeding omdat iedereen zijn levenscyclus van consumeren en produceren optimaal kan inrichten. Zonder keuzemogelijkheid dus geen rentevergoeding. Maar waarschijnlijker is dat het een onderhandeling wordt tussen surplushouder en tekorthouder: wat heb jij ervoor over om nu meer te consumeren en wanneer ben ik bereid mijn consumptie uit te stellen? Ook kan het voorkomen dat een groot deel van de bevolking nu meer wil consumeren en een relatief klein deel consumptie wil uitstellen. Er is dan schaarste aan uitgestelde consumptie en dat betekent dat de kleine groep spaarders een vergoeding in de markt kan vragen. Het omgekeerde kan overigens ook: heel veel mensen hebben gedwongen goederen over en bijna niemand wil nu consumeren. In dat geval zal er een boete (een negatieve rente) komen op uitgestelde consumptie. De boete of vergoeding op uitgestelde consumptie werkt op deze manier als een evenwichtsherstellend mechanisme.

Conclusie: een rentevergoeding bij schuldpapieren is in deze simpele economie onder bepaalde aannamen niet noodzakelijk, maar vanuit marktwerking is het aannemelijk dat er een vergoeding zal bestaan voor spaargedrag.

Wordt vervolgd

Rudy van Stratum

]]>
Verdienmogelijkheden (20): retail https://www.stratumstrategie.nl/verdienmogelijkheden-20-retail/ Thu, 03 Nov 2011 06:45:20 +0000 http://www.slimmefinanciering.nl/?p=310 Deze verdienmogelijkheid is aardig. Bij het toekennen van vergunningen om (nieuwe) winkelruimten te exploiteren moet de plicht worden verbonden een deel van die winkelruimte tegen kostprijs beschikbaar te stellen voor sociale functies. In de VS schijnen dergelijke voorwaardelijke ontwikkelrechten te bestaan.

In wezen gaat het hier om een verkapte belasting enerzijds en een verkapte subsidie anderzijds. Kleine winkeliers hiermee belasten in niet wenselijk dus blijven de grote vermogende ketens over die moeten betalen. Winkels lijken het gezien de op opkomst van internet winkelen sowieso moeilijker te krijgen. Er lijkt een trend zichtbaar waarin we met name grootschalige winkelactiviteiten (boulevards) zien op grotere terreinen buiten het stadscentrum. In de kernen blijft zo minder economisch draagvlak over voor genoemde belasting/subsidie.

Het idee om draagkrachtige retailers de stimuleren een bredere maatschappelijke rol op te pakken is zeker het onderzoeken waard.

 

]]>
Greco: the end of money (2) https://www.stratumstrategie.nl/greco-the-end-of-money-2/ Wed, 02 Nov 2011 09:00:21 +0000 http://www.slimmefinanciering.nl/?p=368 The end of money

De investeringsbeslissing

We maken het model nog een stapje ingewikkelder. De noten kunnen niet alleen bewaard worden, ze kunnen ook worden ingezet om een stuk gereedschap van te maken. Nu kun je met de noten dus drie verschillende dingen doen: je kunt ze meteen opeten, je kunt ze gewoon bewaren (laten liggen, sparen) of je kunt ze bewerken om er gereedschap van te maken. Nu kan Robinson niet alleen sparen, hij kan ook investeren. Waarom zou Robinson investeren? Het idee is dat als je nu noten gebruikt om er gereedschap van te maken, dat je dan in de toekomst met minder tijd meer noten kunt rapen of plukken. Je maakt van de noten bijvoorbeeld stokken of scheppen die je arbeidsproductiviteit in de toekomst vergroten. Ook bij een stationaire groei (of nulgroei) zul je moeten blijven investeren omdat machines en apparatuur verslijt en/of onderhoud behoeft.

Investeren zal Robinson alleen maar doen als hij daar een positief rendement van verwacht. De tijd die hij nu nodig heeft om het gereedschap te maken moet meer dan goed worden gemaakt door de tijd die hij in de toekomst uit kan sparen door snellere pluk of vangst. De verhouding tussen toekomstig bespaarde tijd versus nu extra benodigde tijd zouden we hier de reële rentevoet kunnen noemen. Hoe hoger deze rentevoet hoe meer Robinson geneigd is nu minder te consumeren en meer tijd te stoppen in de productie van ‘machines’. Let op: ook bij een eenpersoonseconomie kan dus sprake zijn van een rentevoet (hebben we later nodig bij de behandeling van Greco). Maar de voordelen van de rente komen geheel en al ten goede aan Robinson zelf, het is zijn extra inspanning in het heden versus zijn eigen beloning in de toekomst.

Impliciet zitten in bovenstaande modellen nog twee vooronderstellingen verscholen. Robinson houdt van vrije tijd. Het omgekeerde daarvan betekent dat hij arbeid niet leuk vindt (want het gaat ten koste van vrije tijd). Arbeid vindt alleen plaats als daar een beloning tegenover staat. Die beloning noemde ik hierboven in deel (1) de reële loonvoet. Verder vindt Robinson consumptie in het heden fijner dan consumptie in de toekomst. Er zit iets achter van: je kunt het maar beter gehad hebben, ik leef in het nu en hoe het in de toekomst is moet je nog maar afwachten. In economentaal wordt dat tijdsvoorkeur genoemd. Robinson is alleen bereid huidige consumptie uit te stellen als daar in de toekomst een vergoeding tegenover staat. Als Robinson, alle overige omstandigheden gelijk, moet kiezen tussen dezelfde hoeveelheid consumptie nu of in de toekomst, kiest hij dus voor de consumptie nu. Sparen en investeren zijn allebei vormen van uitgestelde consumptie. In het voorbeeld van hierboven spaart Robinson alleen omdat hij wel moet (onzekere oogst of niet in staat te werken) en investeert hij omdat hij daar een positieve beloning voor terug verwacht. De positieve beloning van investeren noemden we hierboven de reële rentevoet. In economische termen: Robinson zal alleen investeren als het verwachte rendement op de investering hoger is dan zijn tijdsvoorkeur.

Merk tenslotte op dat sparen en investeren hier niet gelijk aan elkaar hoeven te zijn. Robinson kan sparen en investeren tegelijk, het zijn afzonderlijke overwegingen, ze zijn niet per se op elk moment aan elkaar gekoppeld (hoewel ze over een langere periode wel weer met elkaar in verband staan, maar dat gaat voor nu te ver om uit te werken).

In deze economie is geen geld aanwezig en ook geen schuldpapieren. Het zijn alleen goederen die de klok slaan. Geld en schuld heeft pas zin als er sprake is van meerdere personen die met elkaar iets kunnen uitruilen. Deel 3 gaat verder met een economie waarin meerdere personen goederen met elkaar kunnen ruilen.

Enkele conclusies (met het oog op vervolg naar Greco):

  • Rente of rendement is niet iets wat banken hebben uitgevonden
  • Maar een normaal mechanisme om beslissingen in de tijd optimaal in te kunnen richten
  • Rente heeft op zich niet zoveel met geld te maken, rente kan ook thuis horen in een pure goederen economie
  • Rente of rendement kan in bijzondere gevallen ook negatief zijn
  • Ook bij nulgroei van een economie moet er geïnvesteerd worden om te compenseren voor slijtage (vervangingsinvesteringen)
  • Rente en groei zijn dus geen zaken die inherent leiden tot een onhoudbare of instabiele situatie (met alsmaar toenemende schuldenlasten etc)
  • Budget constraints (in de tijd) spelen een grote rol bij het brengen van evenwicht of het voorkomen van instabiliteit: je kunt of mag over een heel leven niet meer opmaken dan je in totaliteit verdient (of je nu een individu bent of een land)
  • Crusoë is een mooie metafoor voor duurzaamheid: afwentelen naar een ander of in de tijd is simpelweg niet mogelijk, Crusoë krijgt de consquenties van zijn eigen daden onherroepelijk voor zijn eigen kiezen

Wordt vervolgd

Rudy van Stratum

 

 

]]>
Greco: the end of money (1) https://www.stratumstrategie.nl/greco-the-end-of-money-1/ Mon, 31 Oct 2011 11:51:46 +0000 http://www.slimmefinanciering.nl/?p=357 The end of money

 

Een aantal weken gelden zijn we in het kader van slimme financiering op het thema van alternatieve geldsystemen gekomen. Ik zei al eerder dat dit een hele nieuwe wereld is, ook voor ons. Maar ondanks de overvloed aan informatie, is er ook veel kaf tussen het koren. Na wat speurwerk heb ik besloten eens te starten met een recent werk van Thomas Greco. Greco is iemand die als sinds de jaren 80 op dit thema zit en inmiddels een van de bekendste namen op het gebied is. Ik neem een recent werk van hem als uitgangspunt voor verdere discussies over en afbakeningen van het thema alternatieve geldsystemen.

Ik heb besloten uitvoerig op dit boek in te gaan. Inclusief een uitgebreide inleiding van mezelf betekent dat een serie van een aantal blogs die op elkaar voortborduren. Ik weet nog niet hoeveel blogs ik nodig heb maar ik zal ze netjes nummeren en er komt er om de 1-2 weken eentje bij.

Voordat ik op de inhoud van Thomas Greco ‘The end of money’ (2009) in ga, is het handig eerst een economisch-theoretisch kader neer te zetten. Misschien een lange inleiding, maar het voorkomt misverstanden en later bij de bespreking van Greco bespaart het ook weer tijd.

Eén enkel persoon: Robinson Crusoë

De arbeidsbeslissing

Voor de duidelijkheid vind ik het handig helemaal terug te gaan naar de kern van de economie. Stel er is maar 1 persoon op de wereld (en dat is dus de metafoor van Robinson Crusoë op het onbewoonde eiland), hoe ziet het plaatje er dan uit? Robinson heeft eigenlijk twee dingen tot zijn beschikking: tijd en een eiland met spullen om zich heen. Die spullen, laten we zeggen noten, liggen op het eiland maar om ze op te kunnen eten moet hij moeite doen, hij moet de noten oprapen en openmaken voordat hij ze kan eten. In wezen is hier het economische vraagstuk: hoeveel van mijn (vrije) tijd moet ik opofferen om tot een bevredigende consumptie te komen? Afhankelijk van hoeveel moeite het hem kost de noten te vinden en open te maken (in economisch jargon: de productiefunctie) enerzijds en hoeveel honger hij heeft en hoe lui hij is (zijn voorkeur voor consumptie en vrije tijd, in economisch jargon: de nutsfunctie) anderzijds, bepaalt hij de optimale hoeveelheid arbeid die hij naar de ‘markt’ brengt. Zijn ‘reële loon’ is nu in feite hoeveel noten hij krijgt voor een uur of een dag arbeid.

De spaarbeslissing

Ik ging er in het voorbeeld van uit dat de noten elke periode (een dag of een jaar) op het strand of de bossen vallen en niet kunnen worden bewaard. Ze zijn aan het eind van de periode dus niet meer eetbaar. We breiden het model nu uit met de vooronderstelling dat de noten langer goed blijven. Nu krijgt het economische vraagstuk een tweede dimensie. Eerst was er alleen de vraag hoeveel ga ik werken, nu stelt zich ook de vraag: hoeveel ga ik nu consumeren en hoeveel later. Met andere woorden: hoeveel ga ik sparen? Robinson kan besluiten nu extra veel noten te gaan sprokkelen (dus minder vrije tijd te genieten) en maar een deel van die noten direct op te eten. Het restant van de noten kan hij dan de volgende periode opeten met als beloning dat hij dan meer vrije tijd heeft. Als elke periode er hetzelfde uitziet, dan heeft sparen niet zo veel zin. Sparen heeft zin als Robinson nu bijvoorbeeld sterk is maar in de toekomst misschien ziek wordt. Sparen kan ook zin hebben als Robinson verwacht dat de oogst dit jaar goed is maar de komende jaren minder zou kunnen zijn. Afhankelijk van hoe Robinson de toekomst inschat zal hij besluiten nu meer of minder te gaan werken en meer of minder te consumeren. Het resultaat is dat hij noten apart legt (spaart) om in de toekomst verzekerd te zijn van consumptie zonder dat hij er dan voor hoeft te werken. Van rente op sparen is hier uiteraard geen sprake. Hooguit van een negatieve rente als de noten toch elk jaar aan licht verval onderhevig zijn, als ze elk jaar minder energie bevatten of gewoon minder lekker worden. Dus ook bij een negatieve rente kan het zinvol zijn te sparen. In dat geval dwingen de onzekere omstandigheden en de barre omgeving Robinson ertoe te sparen.

wordt vervolgd

Rudy van Stratum

]]>