Rekenen – Stratum Strategie https://www.stratumstrategie.nl Voor een hoger maar ook duurzaam rendement Mon, 29 Aug 2011 08:04:18 +0000 nl-NL hourly 1 https://wordpress.org/?v=6.8.1 https://www.stratumstrategie.nl/wp-content/uploads/2017/11/cropped-ss-logo-02-32x32.gif Rekenen – Stratum Strategie https://www.stratumstrategie.nl 32 32 Overzicht financieringsconstructies: eerste gedachten https://www.stratumstrategie.nl/overzicht-financieringsconstructies-eerste-gedachten/ Mon, 29 Aug 2011 08:04:18 +0000 http://www.slimmefinanciering.nl/?p=266 Stijn geeft in een eerder bericht toekomstwaarde nu aan dat hij graag een overzicht wil maken van de belangrijkste financieringsconstructies. Dat lijkt me een strak plan en ik vermoed dat meer mensen hier belangstelling voor hebben, zeker als het visueel kan worden weergegeven in een samenvattend overzicht met belangrijke vormen en kenmerken. En waarom zouden we de discussie hierover niet gewoon hier voeren? Laat ik als start weer wat stellingen formuleren. En een stelling kan uiteraard verworpen of verbeterd worden.

Stelling:

De kern van financieringsconstructies is dat zij geldstromen in de tijd sturen, manipuleren of beïnvloeden zodat betrokken partijen daarmee hun doelen beter kunnen bereiken (een hoger intertemporeel nut kunnen bereiken).

Stelling:

In wezen gaat het hier om ‘verdienmodellen’. Eerst probeer je alles zo goed en optimaal mogelijk in te richten (het verdienmodel). Vervolgens kan als sluitstuk blijken dat de resulterende geldstromen tussen de partijen en in de tijd niet altijd matchen. De constructie die je opzet om die geldstromen tussen partijen en in de tijd te laten matchen noem je een financieringsconstructie. Eerder hebben we al eens gesteld dat als het verdienmodel klopt (goed in elkaar zit, een positief totaalrendement genereert) dat dan de financieringsconstructie een kwestie van uitwerken is, nooit het echte probleem kan zijn.

Stelling:

Omdat het spraakgebruik nu eenmaal anders is en ook de praktijk van verdienmodellen en financiering weerbarstig is, is mijn voorstel ze door elkaar te gebruiken. Het gaat erom hoe je je activiteiten of projecten zodanig opzet dat er voldoende rendement wordt gegenereerd en dat de financiële stromen in de tijd en tussen partijen zodanig wordt gematcht dat de projecten doorgang kunnen vinden.

Stelling:

Stap 1 is dan om zoveel mogelijk bestaande financieringsconstructies en verdienmodellen bij elkaar te harken. We hebben al een aantal recente publicaties genoemd op deze site zoals ‘Verdienmogelijkheden’ van Nederland onder Water en ‘Toekomstwaarde nu!’ van Agentschap NL. Zonder al te veel moeite kom je in eerste instantie op 40-50 soorten en vormen. De volgende stap 2 is dan om de verzameling te gaan ordenen. Een aantal vormen zullen bij nadere bestudering sterk op elkaar lijken. Zo zal een indikking ontstaan en blijven x aantal elementaire vormen over.

Stelling:

Mijn eerste idee is dat je kunt ordenen op tijd en op partijen (kijkend naar de definitie hierboven). Partijen heb ik nog geen beeld van, maar je zou kunnen denken aan hoeveel partijen erbij betrokken zijn, de complexiteit van de constructie, de juridische status, de aard van de partijen, het risico dat de aard van de partijen en hun belangen of activiteiten met zich meebrengt etc. Een ordening op tijd lijkt me simpel. Je hebt in principe 3 fasen in elk project. De start, tijdens de looptijd of uitvoering, het einde of de afronding (dus start, tijdens, eind). En in wezen gaat het altijd om ofwel uitgaven omlaag ofwel inkomsten omhoog. Dus zou je elke constructie kunnen rangschikken naar waar het aan voldoet (en voor wie):

– start: de uitgaven gaan omlaag of de inkomsten gaan omhoog

– tijdens: de uitgaven gaan omlaag of de inkomsten gaan omhoog

– einde: de uitgaven gaan omlaag of de inkomsten gaan omhoog

Voorbeeld:

Een aansprekend voorbeeld van een constructie: stel iemand nadert de pensioengerechtigde leeftijd en voorziet dat hij stevig in inkomsten achteruit zal gaan na zijn 65e (ik neem die leeftijd nog maar even). Het probleem is dan: hoe financier ik mijn dagelijkse levensbehoefte tussen mijn 65e en het moment waarop ik dood ga. In dit voorbeeld heeft iemand wel een eigen huis dat op zijn 65e is afbetaald. Je kunt gewoon je huis verkopen en met de opbrengst kleiner gaan wonen en met het restant leuke dingen gaan doen. Wel vervelend als je aan je huis gehecht bent en niet wilt verhuizen. Je hoort ook van andere mogelijkheden. Zo zijn er instanties die bereid zijn nu je huis te kopen zonder ook de bedoeling te hebben er in te gaan wonen. Je mag dus vanaf je 65e tot aan je dood in je ‘eigen’ huis blijven wonen. Nu kan een simpel sommetje worden gemaakt. Wat is het huis nu waard op de markt? Welke rente zou ik anders op dit bedrag krijgen of ongeveer hetzelfde: welke huur zou dit huis mij elke maand opleveren? En hoe oud zal de bewoner naar verwachting worden? En wat zal het huis op dat moment naar verwachting opleveren op de markt?

Om het sommetje heel ruw te maken. Stel het huis is nu € 200.000 waard en de bewoner leeft naar verwachting nog 150 maanden. Als ik het huis zou kopen en vervolgens verhuren zou ik er elke maand € 1.000 voor krijgen. Mijn investering levert dus jaarlijks € 12.000 / € 200.000 = 6% op. Maar goed, dat is niet wat de huidige bewoner wil. Als investeerder kan ik nu uitrekenen welke andere mogelijkheid mij ook 6% oplevert. Stel dat ik verwacht dat het huis over 150 maanden nog steeds € 200.000 oplevert. Welk bedrag kan ik nu dan investeren om een jaarlijks rendement van 6% te kunnen krijgen? Dat is grofweg € 200.000 / (1,06)^12 oftewel ongeveer € 100.000. Als ik nog rekening houdt met extra kosten van verzekering en onderhoud van € 25.000 gedurende de 150 maanden, dan ben ik dus bereid om nu € 75.000 Euro te geven voor de woning waar de huidige bewoner nog 150 maanden’gratis’  in mag blijven wonen. Zo kan de bewoner in zijn huis blijven wonen en krijgt cash € 75.000 in handen. Daar kan hij maandelijks € 375 vergoeding op krijgen bij een rente van ook weer 6%, zie hier de aanvulling op zijn AOW-voorziening.

Wat zijn nu de kenmerken van deze constructie? De constructie vertaalt een onzeker bedrag op een onzeker moment  in de toekomst (waarschijnlijk € 200.000 over waarschijnlijk 150 maanden) naar een zeker bedrag op een zeker moment (namelijk € 75.000 als hij 65 jaar wordt). Juridisch wordt de instantie eigenaar van het pand waarbij het pand verhuurd wordt tot aan stervensdatum tegen een nul-huur. Financieel betekent het dat de instelling de 65-jarige nu € 75.000 betaalt en op moment van sterven het bedrag van de daadwerkelijke verkoop ontvangt (dan wel op dat moment gewoon verder gaat verhuren tegen een normale huur).

Zo (of op een andere manier) zullen we alle constructies langs lopen en kijken of we ze aan de hand van de kenmerken in een overzicht kunnen plaatsen.

 

 

]]>
Joop Hartog over waarde van ruimte en bevolkingsgroei https://www.stratumstrategie.nl/joop-hartog-over-waarde-van-ruimte-en-bevolkingsgroei/ Thu, 11 Aug 2011 12:49:10 +0000 http://www.slimmefinanciering.nl/?p=242 Joop Hartog, een van de bekende arbeidseconomen in Nederland, hield zijn afscheidscollege op 29 juni aan de Universiteit van Amsterdam. De tekst is elders op internet in zijn geheel te vinden. Aanbevolen literatuur, makkelijk leesbaar en frisse originele inzichten. De titel is ‘Is de maat nou echt vol?’. Joop begint zijn verhaal met de constatering dat hij al 30 jaar dagelijks vanuit zijn dorp per fiets en trein naar Amsterdam op en neer beweegt. Hij ziet en hoort minder vogeltjes, voorheen vrije en groene ruimte is opgevuld met woningen en/of asfalt. Hij vindt dat jammer en vraagt zich af of hij vanuit zijn economische instrumentarium iets rationeels kan zeggen over dit gemis. Er is toch sprake van groei geweest? Dat is toch goed? Of is Nederland te vol?

Opmerkelijk feit: Nederland is tusen 1500 en 2000 qua bevolking met een factor 15 gegroeid, waar dat bijvoorbeeld in Frankrijk en Belgie slechts een factor 4 en 6 was. De belangrijkste reden voor deze uitbundige groei was economisch van aard en had te maken met de hoge vruchtbaarheid van katholieke gezinnen op zandige grond met intensieve landbouw (goedkope arbeid voor familie ondernemingen). Vanaf 1970 wordt Nederland een immigratieland. Het immigratieoverschot van Nederland bedraagt in 2009 40% (van de aanwas van 89.000 zielen is 51.000 eigen kweek, de resterende 40% immigratie). Op de totale bevolkingsomvang is de immigratie in dat jaar 0,9% waar dat in de VS in dat jaar 0,3% is. De politieke redenering is meestal: bevolkingsgroei (of dat nu eigen kweek is of immigratie) is nodig voor economische groei. Maar is dat ook zo?

Als nieuwe aanwas van dezelfde kwaliteit is als het bestaande potentieel dan is er geen effect op het inkomen van ingezetenen. Je hebt dan gewoon een nieuwe bewoner met een nieuw inkomen maar per inwoner verandert er niets (behalve dat er minder ruimte beschikbaar is, maar zie later). Dus om er iets mee op te schieten moet er sprake zijn van anderssoortige kwaliteiten van nieuwe aanwas. In de jaren 50 en 60 is vooral sprake geweest van (laaggeschoolde) gastarbeiders en berekeningen van de WRR tonen aan dat sprake is geweest van een positief netto effect van 0,15% van het nationaal inkomen. Het gaat hier echter vooral om een verdelingsprobleem. De werkgevers (kapitaaleigenaren) gingen er 3,15% op vooruit, de factor arbeid ging er met 3% op achteruit. Immigratie was vooral in het voordeel van kapitaaleigenaren (en van aan de import complementaire beroepen als ambtenaren, managers, boekhouders etc), maar pakte door de toenemende concurrentie nadelig uit voor arbeid.

Een toename van laaggeschoolde arbeid leidt dus niet tot een wezenlijke toename van het inkomen per hoofd. Is het antwoord dan om hooggeschoolde arbeid te laten instromen? Hartog betoogt dat om enig effect te bereiken je heel veel mensen van een fors hoger niveau moet importeren. Bovendien werkt de causaliteit volgens hem andersom: een hoge economische groei trekt hooggeschoolde buitenlandse werknemers aan en niet andersom. Bovendien rendeert onderwijs in het buitenland (het inzetten van onderwijs op een andere plek dan waar je het hebt genoten) slecht. Slimmer is het dan om je hele bestaande beroepsbevolking een iets hogere scholing te geven. ‘Het is beter de kwaliteit van de ingezetenen te verhogen. En ruim baan aan talent te geven. Tussen 16 miljoen mensen is genoeg talent te vinden’.

Kortom: we moeten het helemaal niet van een grotere beroepsbevolking hebben. En dan hebben we het nog helemaal niet gehad over de factor ruimte of grond. Grond heeft in tegenstelling tot arbeid en kapitaal de eigenschap dat het niet of nauwelijks reproduceerbaar is. Grond wordt dus steeds schaarser en dus duurder. Een simpele calculatie van Hartog brengt hem tot de stelling dat een stijging van de bevolkingsdichtheid met 10% tot een daling van het inkomen per hoofd leidt van 2-3%. En dan komt misschien wel het sterkste stuk van het betoog: de richtingaanwijzer van ons economisch handelen staat verkeerd. Nog steeds gaan we in onze redenering uit van het inkomen per hoofd van de bevolking berekend op de traditionele manier, dat wil zeggen op basis van verdiende Euro’s. Maar het is algemeen bekend dat inkomen op deze manier niet gelijk staat aan welvaart of welbevinden (wat niet wordt geprijsd in de markt telt hier niet). Er is geen rekening gehouden met kosten van externe effecten als congestie, lawaai, criminaliteit en schade aan het milieu. Wil de besluitvorming serieus rekening houden met dit soort effecten dan moet er een nieuw kompas komen. Wat ik niet wist is dat Sarkozy een aantal topeconomen (o.a. Joseph Stiglitz en Amartya Sen) opdracht heeft gegeven uit te zoeken wat een goede opvolger is voor het gangbare BNP (Bruto Nationaal Product). De uitkomst van de studie is volgens Hartog indrukwekkend (dank voor de tip, ik ken het rapport niet maar moet het zeker bekijken, er is overigens ook een samenvatting beschikbaar voor bestuurders). Op basis van de inzichten uit het rapport heeft Hartog zijn eigen berekeningen gemaakt en komt hier tot de voorzichtige conclusie dat de echte groei flink lager uitvalt dan op de traditionele manier berekend.

Tegenwerping: als we zelf geen mensen meer hebben dan gaat het fout, kijk bijvoorbeeld naar de vergrijzing en te weinig handen aan het bed. De vraag is wat er in zo’n geval echt fout gaat en voor wie. Hartog komt met een wat sinister empirisch tegenvoorbeeld. In de middeleeuwen is een periode aan te wijzen waar door de pest en andere verschrikkelijke ziekten tweederde van de bevolking verdween. Ging het daarna met de dunne overblijvende bevolking helemaal verkeerd? Integendeel. De schaarste aan arbeid leidt tot hogere beloningen voor arbeid en daarmee tot arbeidsbesparende technologische innovaties. Hartog maakt gewag van een periode van ongekende bloei daarna die een aantal indrukwekkende nieuwe technologische vindingen met zich mee bracht.

Eigenlijk is het ook allemaal niet zo nieuw. Het is, zeker onder economen, al langer bekend dat (bevolkings-) groei ook nadelige effecten met zich meebrengt. Dat het BNP de verkeerde wegwijzer is is ook niet nieuw. Maar waarom dan, zo luidt de hamvraag, is er dan zo lang gestuurd op een grotere beroepsbevolking en meer economische groei? Om een lang verhaal kort te maken: de economen zijn in een vroeg stadium buitenspel gezet, advies over immigratie werd het domein van sociologen en cultureel antropologen. Het ging niet om het dorre schriftje van kosten en baten maar om positieverbetering van de immigranten, hetgeen aansluiting vond bij een breed politiek sentiment. Wijzen op de nadelen van immigratie was politiek niet correct. Hartog wijst ons er ook op dat dit politieke sentiment beslist anders is geweest. In de jaren 50 stonden de troonredes nog in het teken van een overschot aan arbeid en actief gestimuleerde emigratie van Nederlandse burgers.

Rudy van Stratum

 

 

 

]]>