Algemeen – Stratum Strategie https://www.stratumstrategie.nl Voor een hoger maar ook duurzaam rendement Thu, 13 Oct 2011 16:50:51 +0000 nl-NL hourly 1 https://wordpress.org/?v=6.8.1 https://www.stratumstrategie.nl/wp-content/uploads/2017/11/cropped-ss-logo-02-32x32.gif Algemeen – Stratum Strategie https://www.stratumstrategie.nl 32 32 Alternatief geldsysteem (2) https://www.stratumstrategie.nl/alternatief-geldsysteem-2/ Thu, 13 Oct 2011 16:50:51 +0000 http://www.slimmefinanciering.nl/?p=327 Ook mij valt het op dat alternatieve geldsystemen meer in de belangstelling staan. Dat is gezien de economische crisis niet zo vreemd. Ik denk dat ik qua conclusies nog wat voorzichtiger ben dan Stijn. Het fenomeen intrigeert mij wel en ik ben er gewoonweg nog niet uit. En dat is raar, ik ben afgestudeerd als monetair econoom, en moet tot mijn eigen verbazing constateren dat dit onderwerp tijdens mijn studie(maar ook daarna) nooit serieuze aandacht heeft gehad.

Om te beginnen is er heel veel informatie te vinden op internet. Misschien wel te veel. Het is lastig de echte kern van de discussie te pakken te krijgen. Ik zou beginnen met zo feitelijk mogelijk analyseren wat de problemen met het huidige systeem zijn. Nogmaals ik moet het tijd en aandacht geven, maar als ik zo uit mijn hoofd wat dingen zou moeten noemen:

        • Een bank heeft een quasi-monopolie positie
        • Een bank heeft een afwijkend verdienmodel. Het model kent (minstens) 2 verdienassen. 1 = renteopslag door in rekening brengen van administratiekosten en andere kostenposten en opslagen die weg zijn gewerkt in de kleine lettertjes. 2 = dit is uniek voor banken, ze kunnen meer uitlenen dan ze binnenkrijgen, ze zetten een krediet-multiplier in werking die uniek is voor het bankwezen, ze doen met jouw geld waar jij als spaarder of inlegger in wezen niet om gevraagd hebt, dat gaat goed zolang niet iedereen zijn geld tegelijk opvraagt, maar dit fenomeen is laatste 20 jaar helemaal uit de hand gelopen en een soort business as usual geworden.
        • Systeembanken zorgen in combinatie met de vorige twee punten potentieel voor een perverse dynamiek. Bij een sterke lobby en een ideologie van vrije marktwerking gaat de multiplierwerking in principe door tot het systeem crasht. Dat is niet duurzaam want betekent afwenteling op de maatschappij waar bonussen en extreme beloningspakketten niet meer terug gehaald kunnen worden.
        • Misschien wel het belangrijkste nadeel: het systeem nodigt uit tot speculatie. Op zich heeft speculatie ook nuttige effecten (zorgt voor arbitrage) maar door de intensivering van de sector en de opkomst van computers gaat deze schil een eigen leven leiden. De echte economie wordt daardoor als een speelbal heen en weer geslingerd met alle reële ongewenste gevolgen van dien.
        • Het bestaande systeem kent alleen waarde toe aan euro’s, en leidt daarmee tot een ongewenste bias op alleen commerciële activiteiten (Fred Hirsch spreekt in een boeiend boek uit de jaren 70 ‘social limits to growth’ over de ‘commercialisation bias’, zie Fred Hirsch  )

Een alternatief geldstelsel zou bovengenoemde bezwaren dus in flinke mate niet moeten kennen. En ook ik vrees dat welk stelsel je ook invoert: altijd is er een systeem van administratie en waarborging nodig dat weer nieuwe structuren afdwingt met bijbehorende bestuurders, managementlagen, gaten die slim benut kunnen worden voor behartiging van andere belangen etc. Maar we moeten wel kritisch kijken naar nieuwe mogelijkheden. In de tijd dat geld ontstond waren er flinke voordelen te halen bij de opzet zoals we die nu kennen. Maar inmiddels hebben we geen bank meer nodig om de teller van tekorten en overschotten bij te houden. Moderne ict en wiskunde zouden computernetwerken kunnen opzetten die de basisfuncties van geld op een moderne manier kunnen vervullen zonder de genoemde nadelen. Geld is inmiddels uitsluitend fiduciair, het gaat allang niet meer om geld met een absolute onderliggende waarde, het gaat om virtuele waarde die ook nu al ergens in computersysteem in een saldo tot uitdrukking wordt gebracht.

Ik heb wat gelezen over het peer-to-peer systeem ‘bitcoin’. Zonder nu te willen beweren dat ik de kern daarvan doorzie (dat is nog niet zo makkelijk), is mijn eerste indruk dat hier nogal wat nadelen aan kleven die ook aan het huidige systeem kleven. Ik kwam al zoekend op het net vrij snel de naam van Thomas Greco tegen. Mijn eerste indruk van hem is dat hij weet waar hij over praat en dat hij interessante ideeën heeft over nieuwe geldsystemen. De kernvraag is of je met een alternatief geldsysteem op meer dan wijkniveau (dorpen, steden, regio’s) rendabele initiatieven van de grond kan krijgen waar dit nu om wat voor reden niet lukt. Door nog onbenut potentieel (mensen, economisch kapitaal, sociaal kapitaal) in gebruik te nemen krijg je dan meer rendement die nu door aanpassingsproblemen, speculatie, individuele belangen, speculatieve bubbles, hysteresis, wet- en regelgeving verstopt blijft. Wat mij betreft blijft dat nog een open vraag dus waar ik het antwoord op schuldig moet blijven. Wordt vervolgd inderdaad.

Rudy van Stratum

 

]]>
Olson over kosten en baten van democratie https://www.stratumstrategie.nl/olson-over-kosten-en-baten-van-democratie/ Tue, 23 Aug 2011 18:32:51 +0000 http://www.stratumstrategie.nl/cms/?p=245 Per toeval kwam ik een artikel uit 1993 tegen van de econoom Mancur Olson: dictatorship, democracy and development (google en gij zult vinden). Het trof me als een origineel artikel dat op een treffende manier laat zien hoe economen consequent over eender welk thema door redeneren. Zelfs op het ontstaan van democratie kun je het economen-instrumentarium toepassen. Hoe gaat zo’n redenering in een notendop?

Het verhaal begint bij wat Olson ‘roving bandits’ noemt. Iemand die sterk is komt in een gebied en dwingt iedereen zijn spullen aan hem af te staan. ‘Dit land is van mij’. Eventuele weerstand wordt snel de kop in gedrukt. Als de zaak is leeg geplunderd gaat de ‘mobiele bandiet’ op naar de volgende plek waar hij zijn dingetje herhaalt en zo verder. Olson stelt dat dit gedrag uiteindelijk niet rationeel is. De mobiele bandiet moet elke keer verkassen en loopt het risico dat het een keer fout gaat. Hoge kosten en veel risico dus. Tot het moment dat er een slimme bandiet kwam die bedacht dat hij gewoon op de plek in kwestie kon blijven en er zelf beter van kon worden. Hij zette een kroon op, noemde zich koning, en zou in plaats van anarchie zorgen voor heldere regels en rust. De ondergeschikten wisten voortaan waar ze aan toe waren en moesten in ruil daarvoor niet alles maar een deel van hun goederen (productie) af staan aan de zelfbenoemde koning. Logisch: de zekerheid voor de burgers bracht hen er toe het land weer te gaan bewerken in de overtuiging dat ze een fors deel daarvan zelf mochten houden. Van loslopende boeven zouden ze voortaan verlost zijn. Win-win dus.

Dit afstaan van een deel van je eigendom wordt uiteindelijk gelegaliseerde diefstal of ook wel belastingheffing genoemd. Het blijft de stationaire boef (stationary bandit) er om te doen zelf zo rijk mogelijk te worden, dus we blijven geheel in de traditie van de economische vooronderstellingen van maximaal eigenbelang. Waarom heft de koning dan geen 100% belasting? Omdat dan niemand nog wat doet en hij per saldo ook niet veel ontvangt. Ergens is er een optimale belasting die voor voldoende prikkels zorgt bij de werkende burgers dat ze lekker hun best blijven doen en bereid blijven een vast deel af te staan in ruil voor bescherming. Houdt de koning nu alles voor zijn eigen consumptie? Vinden er geen publieke investeringen plaats? Jazeker wel, de koning ziet in dat als hij investeert in het aanleggen van wegen en bruggen de burgers tot nog grotere productie komen. Dus zal hij vanuit zijn alwetende plan berekenen welke publieke investeringen hem en zijn burgers maximale welvaart opleveren.

We hebben het hier over een autocratie, een van bovenaf opgelegde machtsverhouding, van stationaire boef naar werkende burgers. Maar hoe zit het bij een democratie? Een kandidaat kan dan de macht krijgen door voldoende stemmen te krijgen.  Hij kan, wederom vanuit het economische vertrekpunt, stemmers achter zich krijgen als hij een deel van wat hij afroomt bij zijn stemmers terecht laat komen. Hij moet dus een meerderheid (om)kopen om aan de macht te komen. Nu is er in dit economische model sprake van 3 groepen: de gekozen leider, de meerderheid van de burgers en de resterende minderheid van de burgers. Er is nu sprake van een herverdeling van inkomsten: waar de koning eerst alle belastingen ontving, moet de democratische leider zijn inkomsten nu delen met de meerderheid. En er treedt nog een complicatie op: de meerderheid kent twee tegengestelde effecten van belastingverhoging, enerzijds houden ze minder over omdat de belasting omhoog gaat, anderzijds krijgen ze juist weer een deel hiervan terug als (om te kopen) meerderheid. Om een lang verhaal kort te maken: Olson toont aan dat een democratisch gekozen rationele leider minder prikkels heeft om tot een optimale belastingheffing (maximale totale productie) te komen dan een autocratische zelfbenoemde rationele leider.

Ergo: maximale welvaart wordt bereikt in het regime van de alles overziende rationele autocraat die op eigenbelang uit is. Long live the king dus. Nu zijn er wat praktische problemen die roet in het eten gooien. Koningen kunnen weliswaar hun beloftes op nakoming van de contracten geven maar koningen gaan dood en opvolgers vechten om de macht. En dat is allemaal onzekerheid bij de burgers over het blijvend nakomen van de gemaakte afspraken. En omgekeerd, omdat een koning weet dat hij er niet oneindig lang zal zijn, zal hij wellicht zelf ook een ander rekenmodel hanteren en/of zijn afspraken niet nakomen.

Om deze reden is het uiteindelijk toch de democratie die de wedstrijd wint. De rationele autocratie is dan in theorie het beste model, de afhankelijkheid van een eindig levend willekeurig persoon is een probleem. De democatie kent weliswaar ook steeds een korte tijdshorizon (verkiezingen om de zoveel jaar) maar de afspraken en instituties die toezien op het nakomen van de afspraken garanderen meer zekerheid over de bestuursperioden heen.

Toch blijft de vraag staan hoe een democratie in de praktijk dan ontstaat. Het is duidelijk hoe anarchie ontstaat en het is duidelijk hoe een min of meer rationele autocratie ontstaat. Maar waarom zou een sterke autocraat zelf besluiten om over te stappen op een democratie? Volgens Olson is het ontstaan van democratie te danken aan het feit dat er in Engeland aan het einde van de 17e eeuw geen sterke overheersende autocraat bestond die in staat was de andere groepen blijvend te onderdrukken. De strijdende partijen hadden er belang bij afspraken te maken en de macht te neutraliseren of institutionaliseren (1689, Bill of Rights). Het markeert volgens Olson het begin van de Industriele Revolutie en ’the rest is history’.

Rudy van Stratum

 

]]>
Joop Hartog over waarde van ruimte en bevolkingsgroei https://www.stratumstrategie.nl/joop-hartog-over-waarde-van-ruimte-en-bevolkingsgroei/ Thu, 11 Aug 2011 12:49:10 +0000 http://www.slimmefinanciering.nl/?p=242 Joop Hartog, een van de bekende arbeidseconomen in Nederland, hield zijn afscheidscollege op 29 juni aan de Universiteit van Amsterdam. De tekst is elders op internet in zijn geheel te vinden. Aanbevolen literatuur, makkelijk leesbaar en frisse originele inzichten. De titel is ‘Is de maat nou echt vol?’. Joop begint zijn verhaal met de constatering dat hij al 30 jaar dagelijks vanuit zijn dorp per fiets en trein naar Amsterdam op en neer beweegt. Hij ziet en hoort minder vogeltjes, voorheen vrije en groene ruimte is opgevuld met woningen en/of asfalt. Hij vindt dat jammer en vraagt zich af of hij vanuit zijn economische instrumentarium iets rationeels kan zeggen over dit gemis. Er is toch sprake van groei geweest? Dat is toch goed? Of is Nederland te vol?

Opmerkelijk feit: Nederland is tusen 1500 en 2000 qua bevolking met een factor 15 gegroeid, waar dat bijvoorbeeld in Frankrijk en Belgie slechts een factor 4 en 6 was. De belangrijkste reden voor deze uitbundige groei was economisch van aard en had te maken met de hoge vruchtbaarheid van katholieke gezinnen op zandige grond met intensieve landbouw (goedkope arbeid voor familie ondernemingen). Vanaf 1970 wordt Nederland een immigratieland. Het immigratieoverschot van Nederland bedraagt in 2009 40% (van de aanwas van 89.000 zielen is 51.000 eigen kweek, de resterende 40% immigratie). Op de totale bevolkingsomvang is de immigratie in dat jaar 0,9% waar dat in de VS in dat jaar 0,3% is. De politieke redenering is meestal: bevolkingsgroei (of dat nu eigen kweek is of immigratie) is nodig voor economische groei. Maar is dat ook zo?

Als nieuwe aanwas van dezelfde kwaliteit is als het bestaande potentieel dan is er geen effect op het inkomen van ingezetenen. Je hebt dan gewoon een nieuwe bewoner met een nieuw inkomen maar per inwoner verandert er niets (behalve dat er minder ruimte beschikbaar is, maar zie later). Dus om er iets mee op te schieten moet er sprake zijn van anderssoortige kwaliteiten van nieuwe aanwas. In de jaren 50 en 60 is vooral sprake geweest van (laaggeschoolde) gastarbeiders en berekeningen van de WRR tonen aan dat sprake is geweest van een positief netto effect van 0,15% van het nationaal inkomen. Het gaat hier echter vooral om een verdelingsprobleem. De werkgevers (kapitaaleigenaren) gingen er 3,15% op vooruit, de factor arbeid ging er met 3% op achteruit. Immigratie was vooral in het voordeel van kapitaaleigenaren (en van aan de import complementaire beroepen als ambtenaren, managers, boekhouders etc), maar pakte door de toenemende concurrentie nadelig uit voor arbeid.

Een toename van laaggeschoolde arbeid leidt dus niet tot een wezenlijke toename van het inkomen per hoofd. Is het antwoord dan om hooggeschoolde arbeid te laten instromen? Hartog betoogt dat om enig effect te bereiken je heel veel mensen van een fors hoger niveau moet importeren. Bovendien werkt de causaliteit volgens hem andersom: een hoge economische groei trekt hooggeschoolde buitenlandse werknemers aan en niet andersom. Bovendien rendeert onderwijs in het buitenland (het inzetten van onderwijs op een andere plek dan waar je het hebt genoten) slecht. Slimmer is het dan om je hele bestaande beroepsbevolking een iets hogere scholing te geven. ‘Het is beter de kwaliteit van de ingezetenen te verhogen. En ruim baan aan talent te geven. Tussen 16 miljoen mensen is genoeg talent te vinden’.

Kortom: we moeten het helemaal niet van een grotere beroepsbevolking hebben. En dan hebben we het nog helemaal niet gehad over de factor ruimte of grond. Grond heeft in tegenstelling tot arbeid en kapitaal de eigenschap dat het niet of nauwelijks reproduceerbaar is. Grond wordt dus steeds schaarser en dus duurder. Een simpele calculatie van Hartog brengt hem tot de stelling dat een stijging van de bevolkingsdichtheid met 10% tot een daling van het inkomen per hoofd leidt van 2-3%. En dan komt misschien wel het sterkste stuk van het betoog: de richtingaanwijzer van ons economisch handelen staat verkeerd. Nog steeds gaan we in onze redenering uit van het inkomen per hoofd van de bevolking berekend op de traditionele manier, dat wil zeggen op basis van verdiende Euro’s. Maar het is algemeen bekend dat inkomen op deze manier niet gelijk staat aan welvaart of welbevinden (wat niet wordt geprijsd in de markt telt hier niet). Er is geen rekening gehouden met kosten van externe effecten als congestie, lawaai, criminaliteit en schade aan het milieu. Wil de besluitvorming serieus rekening houden met dit soort effecten dan moet er een nieuw kompas komen. Wat ik niet wist is dat Sarkozy een aantal topeconomen (o.a. Joseph Stiglitz en Amartya Sen) opdracht heeft gegeven uit te zoeken wat een goede opvolger is voor het gangbare BNP (Bruto Nationaal Product). De uitkomst van de studie is volgens Hartog indrukwekkend (dank voor de tip, ik ken het rapport niet maar moet het zeker bekijken, er is overigens ook een samenvatting beschikbaar voor bestuurders). Op basis van de inzichten uit het rapport heeft Hartog zijn eigen berekeningen gemaakt en komt hier tot de voorzichtige conclusie dat de echte groei flink lager uitvalt dan op de traditionele manier berekend.

Tegenwerping: als we zelf geen mensen meer hebben dan gaat het fout, kijk bijvoorbeeld naar de vergrijzing en te weinig handen aan het bed. De vraag is wat er in zo’n geval echt fout gaat en voor wie. Hartog komt met een wat sinister empirisch tegenvoorbeeld. In de middeleeuwen is een periode aan te wijzen waar door de pest en andere verschrikkelijke ziekten tweederde van de bevolking verdween. Ging het daarna met de dunne overblijvende bevolking helemaal verkeerd? Integendeel. De schaarste aan arbeid leidt tot hogere beloningen voor arbeid en daarmee tot arbeidsbesparende technologische innovaties. Hartog maakt gewag van een periode van ongekende bloei daarna die een aantal indrukwekkende nieuwe technologische vindingen met zich mee bracht.

Eigenlijk is het ook allemaal niet zo nieuw. Het is, zeker onder economen, al langer bekend dat (bevolkings-) groei ook nadelige effecten met zich meebrengt. Dat het BNP de verkeerde wegwijzer is is ook niet nieuw. Maar waarom dan, zo luidt de hamvraag, is er dan zo lang gestuurd op een grotere beroepsbevolking en meer economische groei? Om een lang verhaal kort te maken: de economen zijn in een vroeg stadium buitenspel gezet, advies over immigratie werd het domein van sociologen en cultureel antropologen. Het ging niet om het dorre schriftje van kosten en baten maar om positieverbetering van de immigranten, hetgeen aansluiting vond bij een breed politiek sentiment. Wijzen op de nadelen van immigratie was politiek niet correct. Hartog wijst ons er ook op dat dit politieke sentiment beslist anders is geweest. In de jaren 50 stonden de troonredes nog in het teken van een overschot aan arbeid en actief gestimuleerde emigratie van Nederlandse burgers.

Rudy van Stratum

 

 

 

]]>
Slimbouwen en ‘innovation by addition’ https://www.stratumstrategie.nl/slimbouwen-en-innovation-by-addition/ Wed, 15 Jun 2011 08:30:19 +0000 http://www.slimmefinanciering.nl/?p=78 Via het initiatief van deze site kwamen we uit op het concept van slimbouwen, www.slimbouwen.nl. Ik ben meteen getriggerd door wat ik lees op deze site. Het is lastig te achterhalen waar het hier nu precies om gaat. Wie zijn de initiatiefnemers? Wat zijn de belangen? Is het een idee of zitten er ook echte producten achter? Even denk je: hier zitten wat partijen bij elkaar die even wat minder werk hebben en vanuit commercieel belang een leuke noemer hebben bedacht.

Het lijkt erop dat het initiatief is terug te voeren op de persoon van prof Jos Lichtenberg van de TU Eindhoven. In 2004 sprak hij een rede uit over het achterblijven van echte innovaties in de bouw. Ik heb die rede er eens bij gehaald. Interessant leesvoer. Lichtenberg wijst erop dat de Romeinen 2000 jaar geleden in hoofdlijnen al dezelfde constructietechnieken beheersten als wij. Ze stapelden met steen (stapelbouw, flatgebouwen met kamertjes), werkten al met complexe koepelconstructies en kenden al sanitaire voorzieningen en (loden) waterleidingen. Eeuwenlang is er niet veel veranderd. Pas veel later tijdens de industriële revolutie is daar staal(skelet)bouw bijgekomen.

Natuurlijk kwamen er andere wensen en mogelijkheden in al die eeuwen maar het fundamentele bouwproces is niet wezenlijk veranderd. Lichtenberg stelt dat er steeds een innovatie op het bestaande werd geplakt. Het nieuwe, bijvoorbeeld het isoleren van wanden, werd een optelling bij het bestaande. Hij noemt dat ‘innovation by addition’.  Feitelijk is zo een gefragmenteerde, suboptimale, lappendeken van technieken ontstaan. Lichtenberg verbaast zich erover dat waar elders regelmatig een totaal herontwerp plaats vindt, dit in de bouw er nog niet van is gekomen. Met name de installatietechniek krijgt ervan langs. Inmiddels maken de installaties eenderde van de totale bouwkosten uit, de leidingen en bekabelingen worden als het ware achteraf in het gebouw verweven waardoor oorspronkelijke ontwerpeisen achteraf vaak geweld wordt aangedaan en het gebouw enorm inboet aan flexibiliteit (wanden even verplaatsen gaat niet meer). Omdat het zwaartepunt bij de afbouw ligt, daar veel activiteiten tegelijk en op het einde binnenin het gebouw plaats vinden, lopen daar de ‘mannetjes’ elkaar in de weg. De bouwketen is complex, gefragmenteerd en elke schakel doet zijn ding vanuit een beperkt eigen perspectief. Ook wordt de keten gedomineerd door enkele spelers die een centrale plek in de sturing innemen (aannemers, projectontwikkelaars) en daar hun eigen belangen hebben. Tesamen met de complexiteit een goede verklaring voor de (ongewenste) status quo.

Lichtenberg komt nu vrij snel in zijn betoog met een alternatief. Te snel naar mijn mening. De oplossing ligt redelijk voor de hand. Ontwerp gebouwen vanuit de werkelijke behoefte van de toekomstige bewoners, zorg voor sequentiele processtappen van ontwerp naar oplevering (zodat mensen elkaar niet in de weg lopen), maak gebruik van modulaire concepten die met grote volumes en prefab tot een daling van kosten leidt, bouw toekomstige flexibiliteit in, kijk niet alleen naar de investeringskosten maar kijk naar de totale levensduur en zo verder. Allemaal prima.

Wat nog mist is hoe je de bestaande status quo doorbreekt. Ik denk altijd dat als een ongewenste situatie desondanks maar in stand blijft, dat daar dan goede redenen voor zijn. Er is sprake van economische belangen, van gemakzucht, van ingesleten patronen en zo verder. Omgekeerd, er ontbreekt bij de beslissers zelf een sense of urgency. Blijkbaar gaat er voor hen nog niet zo veel fout waardoor ze echt in beweging moeten komen. Dat het anders en beter kan, dat zullen ze zelf ook wel door hebben vermoed ik. En zo kom ik weer uit bij de website of het initiatief slimbouwen. Ik denk dat dit precies de kern is: het gaat om een initiatief (het is geen technisch concept, meer een visie of strategie) die als het ware een oproep is voor iedereen die zich aangesproken voelt op deze manier anders te gaan denken en werken. Als een soort zwaan-kleef-aan zou de bal dan moeten gaan rollen. Maar ik kan vanuit de site niet goed zien hoe het er mee staat. Welke partijen zijn aangesloten? Waarom, wat is hun motivatie? Zitten ze op cruciale plekken in de keten zodat ze ook een verandering kunnen afdwingen? Hebben ze inmiddels (we zijn anno 2011 7 jaar verder in de tijd) al wat bereikt? Hoe reageert de traditionele achterban op de early adaptors? Misschien leest Lichtenberg of een van zijn mensen dit stukje wel en vult hij zijn site aan met een update. Ik ben benieuwd.

Via slimbouwen is ook een artikel te vinden dat een verslag vormt een rondetafelgesprek met meerdere van die early adaptors uit de bouwketen. Hier zitten fraaie eye-openers waar ik graag in een apart stukje aandacht aan wil schenken.

Rudy van Stratum

]]>
Slimme financiering: waar hebben we het over? https://www.stratumstrategie.nl/slimme-financiering-waar-hebben-we-het-over/ Tue, 07 Jun 2011 15:19:44 +0000 http://www.slimmefinanciering.nl/?p=27 Het is van belang nader te bepalen wat we verstaan onder slimme financiering. Als je op deze zoekterm googlet dan vind je een breed scala aan artikelen. De meest brede interpretatie van slim financieren lijkt te zijn: hoe harken we middelen (geld, partijen)  bij elkaar om dingen voor elkaar te krijgen die goed zijn voor de maatschappij en die ondertussen toch niet worden uitgevoerd. Vaak gaat de discussie bij die brede interpretatie over subsidies en fondsenwerving. Een dergelijke brede interpretatie staan wij hier niet voor.

Ik wil de discussie over de definitie van slimme financiering wel van een voorzet voorzien. En ik wil een koppeling aanbrengen met het begrip duurzaam. Mijn stelling is:

Duurzaam betekent positief voor het grotere geheel op de langere termijn. In een iets meer economisch getint jargon: iets is duurzaam als het een positief rendement genereert gesommeerd over meerdere partijen en een langere tijdshorizon. We doen dus alleen iets als het een positief rendement genereert, dat klinkt in mijn oren bijna als een tautologie. Omgekeerd: een negatief rendement in deze termen betekent dus dat het niet duurzaam is en dus doen we ook niet. Ook niet als er een subsidie is of een fonds of wat dan ook, gewoon niet doen. Slimme financiering is geen issue in zo’n geval.

We zoomen nog wat dieper in op de mogelijkheden. Stel dat het rendement positief is en een voorstel dus duurzaam van karakter is. Dan kan het gaan om een positief rendement in puur financiele zin of om een positief rendement in bredere zin. In financiele zin: terug te herleiden tot concrete cashflows in de tijd die aan een partij toevallen. In bredere zin: dan kan het gaan om voordelen die ofwel niet goed in geld zijn uit te drukken ofwel niet duidelijk aan een bepaalde partij toevallen (maar aan de maatschappij in het algemeen). Het is niet altijd even makkelijk om te bepalen of iets wel/niet in geld is uit te drukken. Soms zijn zaken die niet in geld uitgedrukt lijken te kunnen worden dat bij nader inzien toch wel. Bijvoorbeeld: het aantal verkeersslachtoffers per jaar. Hoe dan ook, in het geval van een breder rendementsbegrip kom je al snel terecht op het terrein van de Maatschappelijk Kosten Baten Analyse, oftewel de MKBA. Als projecten die in termen van de MKBA een positief rendement hebben desondanks niet uitgevoerd worden dan is de discussie over hoe je dan die middelen toch bij elkaar krijgt onderdeel van slimme financiering. Subsidies etc horen hier dus ook thuis.

Stel dat het rendement positief is in de puur financiele zin (let op: maar bovendien ook positief in de bredere zin, we willen niet dat we een maatregel stimuleren die eng financieel rendeert maar per saldo zoveel negatieve bij-effecten genereert dat die niet meer duurzaam is), dan kun je weer een onderscheid aanbrengen. Gaat het over een positief rendement bij een beperkt aantal partijen die ook over de beslissing over doorgang van het project gaan of gaat het om een complexer geheel met meerdere partijen en een grotere diffusere tijdshorizon.

In het laatste geval: slimme financiering gaat over het verzinnen van financieel-economische of juridische arrangementen en convenanten die het totale voordeel over partijen en in de tijd zodanig herschikken dat alle partijen er beter van worden. Misschien zou het hier slimme onderhandeling moeten heten, maar zoals gezegd wat mij betreft onderdeel van deze website over slimme financiering.

In het eerste geval, dat er sprake is van een positief financieel rendement bij het beperkte aantal partijen ‘at the table’, kun je wederom een onderscheid maken. Is er sprake van een liquiditeitsprobleem op korte termijn of niet. Als er sprake is van een liquiditeitsprobleem dan is slimme financiering het vinden van een antwoord op de vraag hoe je dit liquiditeitsprobleem kan overbruggen. Bijvoorbeeld door een partij die het goede idee heeft te koppelen aan de partij die een surplus aan cash heeft en nog een renderende investering zoekt en aan een partij die garant kan of wil staan mocht dat nodig zijn (een partij die zekerheden biedt).

Tenslotte houden we dan het geval over dat een beperkt aantal partijen een positief rendement kan genereren, zelf over de beslissing gaat en dat er geen liquiditeitsprobleem is. Theoretisch bezien zou er dan eigenlijk helemaal geen probleem moeten zijn. Gaat zo’n project desondanks toch niet door (anders hoeven we het er ook niet over te hebben) dan is nader onderzoek nodig naar deze paradox: wat zijn de belemmeringen die klaarblijkelijk aanwezig zijn en hoe kunnen we die belemmeringen slechten. Ook dat is wat mij betreft onderdeel van het thema slimme financiering.

 

]]>